Ondernemen is risico’s nemen en soms een sprong in het diepe wagen. Voor wie dat zeker gold, is Jan Mulder (40). In 2020 kocht hij een vervallen horecapand waarmee hij grootse plannen had. Als de vergunning niet wordt goedgekeurd, moet hij een plan B bedenken. Dat slaagt! Vanaf mei 2024 runt hij een succesvol restaurant met een hecht team van ruim vijftig medewerkers.
Vanaf zijn achttiende is Jan al aan het ondernemen. ‘Ik ben iemand die graag met mensen samenwerkt én ik geloof dat je niks echt alleen kunt. Samen bereik je meer en het is ook nog eens leuker. Daarnaast ben ik avontuurlijk ingesteld, dus ik denk dat ik wel een gezonde dosis ondernemerslef in me heb. Op mijn achttiende begon ik met werken als zelfstandig stratenmaker. Ik vond het eigenlijk maar saai in mijn eentje. Ik besloot grotere klussen aan te nemen en mensen in te huren. Uiteindelijk had ik vijftien vaste medewerkers in dienst en rolde ik van lieverlee in de aannemersbranche. Hobbymatig kwam daar nog wat onroerend goed bij. Dat vond ik uitdagend en interessant.’
Eenzaam
In 2018 verkoopt Jan zijn bedrijf en gaat hij zelfstandig verder. ‘Wat ik vrij snel weer begon te missen, is het samen met anderen opbouwen van een bedrijf. Met loyaliteit en commitment, met volle bak vertrouwen, in voor- en tegenspoed. De vrijdagmiddagborrel, met lol en serieuze gesprekken. Tijdens die momenten hoor je trouwens de meeste dingen. Daar kan geen functioneringsgesprek aan tippen. Die deed ik ook nauwelijks. De belangrijke informatie moet je door het jaar heen ophalen, gewoon op de werkvloer. Zorg daarom voor goede secundaire arbeidsvoorwaarden. Als de sfeer goed en veilig is, hoor je ook persoonlijke dingen. Daardoor krijg je een band met je personeel. Ik heb ervaren dat mijn jongens voor mij door het vuur gingen. Ik had weinig verloop, waardoor ik succesvolle projecten kon realiseren. Ik genoot van “mijn” mensen. Je kunt je voorstellen dat ik me in het begin best wel eenzaam voelde nadat ik mijn bedrijf verkocht had.’
Plan B
De ondernemer houdt zijn oren en ogen open voor nieuwe projecten. In 2020 koopt hij hotelrestaurant Waanders in Staphorst. ‘Dat pand was vervallen. Er was dertig jaar geen onderhoud gepleegd aan dit familiebedrijf; er was een faillissement en een aantal wisselingen van eigenaren. Er hing een hoop negativiteit rondom Waanders. Maar ik dacht: dat is een plek met potentie. Mijn plan was de boel te slopen en wat nieuws te bouwen, namelijk een combinatie van wonen en horeca. Ik werkte twee jaar aan het plan. En toen liep het anders … Ik kreeg geen vergunning. De coronacrisis kwam erbij en de oorlog in Oekraïne, waardoor de bouwkosten stegen. Ik bleef achter met een vervallen horecapand. Peper en zout stonden nog op tafel. Het leek alsof iedereen gewoon was weggerend. Ik had geen horeca-achtergrond en ook geen plan meer. Ik zei tegen mijn vrouw: “Dat is toch ook wat! We hebben een mooie plek met een rijke historie, maar wat moeten we nu?” Eigenlijk was de conclusie: ondernemen betekent ook dat als plan A niet lukt, je een plan B moet bedenken. In ons geval was dat de boel verbouwen, eigentijds maken en het concept vernieuwen. Maar ook: mijn ervaring van vroeger inzetten om een goed team te bouwen!’
‘Peper en zout stonden nog op tafel.
Het leek alsof iedereen gewoon was weggerend.’
Mensen blij maken
Jan en zijn vrouw hadden vanuit eigen persoonlijke ervaring wel gevoel bij waar mensen behoefte aan hebben. ‘Anderhalf jaar lang werkten we ontzettend hard: slopen, opruimen, alles eruit. Werkelijk alles is gestript. Dankzij het advies van velen konden we er een mooie zaak van maken. Mei 2024 gingen de deuren open. Via Instagram hadden we anderhalf jaar lang de mensen al nieuwsgierig gemaakt. We hadden al duizenden volgers, zonder er een euro in gestopt te hebben. Toen we een oproepje plaatsten voor personeel, werden we overspoeld met reacties. We hebben zo’n 150 tot 200 sollicitaties gehad. Veel mensen nodigden we uit. We hadden vrij snel een mooi, compleet team. We namen personeel aan op basis van ervaring, maar soms ook op wat iemand uitstraalt. Die ervaring komt wel. Natuurlijk moet je ook mensen met ervaring hebben, maar enthousiast personeel dat het verlangen heeft om mensen blij te maken, is ook heel waardevol. Je leert het snelst door het gewoon te doen, gestimuleerd door collega’s die het vak eigen zijn.’
Open cultuur
De opening was uitdagend, zo omschrijft Jan. ‘Alles was nieuw en wennen. We werden overspoeld met bezoekers. Verschillende mensen kregen een bierdouche en de soep ging over tafel. Het leuke is: niemand werd boos. Iedereen snapte dat dit kan gebeuren en dat sommigen nog ervaring moesten opdoen. Medewerkers groeien sneller door het maken van fouten. Zeker als ze weten dat die ook gewoon gemaakt mogen worden. Het team werd hechter en hechter. Prachtig om te zien hoe ze elkaar helpen en elkaar beter willen maken. Het team heeft wederom weinig verloop, terwijl dat in de horeca vaak wel zo is. Als je goed voor je mensen zorgt en oprechte interesse in ze toont, bouw je samen echt iets moois op. Collega’s weten dan waarvoor ze het doen. Als je hart hebt voor mensen, dan voelen ze dat.

‘Laat ze meedenken en schakel ze echt in.’
Dan zijn ze geen nummer, maar mens. Dan is een personeelslid ook nooit te duur, want ieder mens heeft zijn waarde en brengt iets onbetaalbaars mee. Uiteraard moeten ze wel de juiste houding en motivatie hebben. Geef ze vertrouwen, al vinden ze het spannend. Waardeer hun inzet en benoem die. Geef ze werkplezier en het gevoel dat ze werken bij een bedrijf waar ze trots op zijn, want dát stralen ze uit naar je klanten. Iemand moet honderd procent zichzelf kunnen zijn op de werkvloer. Zorg dat er ruimte is voor inbreng; ook wij hebben het hier samen uitgedokterd. Mijn advies is daarom ook aan andere ondernemers: geef je personeel een stem. Dat hoeft overigens niet officieel aan een vergadertafel. Ik vraag vaak: “Wat horen jullie van onze gasten? Of wat valt op? Missen jullie iets?” Laat ze meedenken en schakel ze echt in. Wat zij inbrengen, noteer ik en overweeg of ik daar iets mee moet of kan. Zo bouw je aan een open cultuur.’
Communicatie
Het bouwen aan een team ervaarde Jan de eerste periode als intensief. ‘Je start met het inrichten van de structuur van het team. Wie staat waar? Wie gaat er delegeren? Wie is waar verantwoordelijk voor? Waar zit de ervaring en waar niet? Dat is puzzelen. Maar het is ook een mooi samenspel. Daarbij is communicatie heel belangrijk. Leg goed uit wat je concept is en waar je als bedrijf voor staat. En als iemand het anders doet dan is afgesproken, ga ik de dialoog aan: “Waarom doe jij het zo?” En als er iets anders of beter moet, benoem ik dat ook gelijk. Ik denk dat een van de meest gemaakte fouten op de werkvloer is dat er slechte communicatie is. Daardoor ontstaan er door onuitgesproken dingen frustraties en kunnen emoties door iets kleins al hoog oplopen. Ook een zwabberbeleid, zonder duidelijke visie, kan zorgen voor problemen in het team. De gemiddelde werknemer is geen ondernemer. Wees duidelijk over wat je van je personeel verwacht. Wees ook bereid je concept aan te passen als het anders loopt dan verwacht. Durf ook afscheid te nemen van iemand, als dat voorkomt dat het gaat etteren in een team.’
Tot slot geeft Jan nog het advies: ‘Zit er kort op. Niet vanuit controle, maar vanuit betrokkenheid. Doe niet aan micromanagement bij je personeel. Ga naast hen staan. Als alles maar moeilijk gaat en strak is, zul je vroeg of laat je personeel kwijtraken en moeilijk aan nieuwe kunnen komen. Ik geloof echt dat ook hiervoor geldt: wat je zaait, is wat je oogst!’

